Notitie over het nut van namedropping in Petrarca's 'Het geheim'
Petrarca was een belezen man, en als zijn lezer dat niet kon nagaan door zijn eigen belezenheid, dan hielp de auteur hem wel een handje. Daartoe vermeldt hij nogal eens - maar niet constant - de naam van de schrijver waarnaar hij verwijst of die hij citeert, al dan niet gevolgd door de titel van het betreffende werk. Voor de moderne lezer lijkt dat soms geforceerd en misschien zelfs pedant, maar nog los van het gegeven dat klassieke auteurs en kerkvaders bronnen waren die (veel) autoriteit genoten, denk ik dat er nog een reden is. In de loop van zijn leven schreef Petrarca Het geheim, een dialoog tussen hemzelf en de heilige Augustinus die hem te hulp komt bij zijn innerlijke strubbelingen, waarvan dit werk de neerslag vormt. In het laatste deel van hun derde gesprek (zoek hier de symboliek) schrijft Petrarca via het personage van Augustinus:
'Heel vaak is al gebleken hoe waar deze regel uit Vergilius' Georgica is: "Traag groeit de boom, pas later zal hij aan je kleinkinderen schaduw geven".'
Dit suggereert voor mij dat de vermeldingen de lezer bij zijn eigen studie op weg moeten helpen. De reden voor die interpretatie is het expliciete karakter van het citaat. Het geheim is geschreven naar aanleiding van Petrarca's emotionele problemen en is dus een erg subjectieve tekst, wat die juist boeiend maakt. (De keuze van Augustinus als gesprekspartner zal geen toeval zijn, als we denken aan zijn Belijdenissen.) De klassieken aanhalen maakt hen misschien herkenbaarder, bruikbaarder, actueler. Petrarca zegt daarover impliciet zoiets als: 'Kijk, toen schreef men ook over dergelijke problemen, dus zij hebben ook veel te bieden voor ons'.
Daarmee ondervangt hij het probleem dat Augustinus aankaart in de dialoog, namelijk dat de mensen wel de wereld afreizen, maar dat ze niet aan zichzelf toekomen. Die gedachte komt tevens voor in Petrarca's autobiografische De top van de Ventoux, waarin hij Augustinus' Belijdenissen leest. Mensen reizen, maar dragen hun innerlijke bagage steeds met zich mee; ze lezen en leren van alles, maar komen niet tot dieper inzicht. Het van buiten leren van klassieke teksten was in Petrarca's tijd geen uitzondering, maar door zijn kruisverwijzingen blijkt dat die oude, stoffige werken in tijden van nood troost bieden en toch zo stoffig niet zijn. Omdat zijn lezers mensen zijn en alle mensen wel eens problemen hebben, laat Petrarca zien waar ook zij te rade kunnen gaan.
[Bron foto.]
[Bron foto.]

Reacties
Een reactie posten