In 1941 publiceerde Jorge Luis Borges zijn korte verhaal De bibliotheek van Babel . Net als de meeste van zijn andere verhalen, is het fantastisch, surrealistisch en overgoten met een saus van eruditie en speelsheid. Borges confronteert ons met grenzeloze informatiezeeën, de nachtmerrie van eindeloze combinatiemogelijkheden van stukjes informatie, en met de waanzin die dit teweeg brengt. De verteller laat de lezer kennismaken met het universum, dat in alle richtingen tot in het oneindige is ingedeeld in zeshoekige ruimtes met in het midden immense luchtkokers, zodat de lagere en hogere verdiepingen te zien zijn. ‘De indeling van de galerijen is onveranderlijk. Twintig boekenplanken, vijf lange planken per vlak, bedekken alle vlakken op twee na.’ Die twee vormen de doorgang naar aangrenzende galerijen, met nissen voor enerzijds een toilet, en anderzijds een wenteltrap. ‘Op iedere plank staan tweeëndertig boeken van eenvormig formaat; ieder boek bestaat uit vierhonderdtien blad...
Reacties
Een reactie posten