Blijvende echo's van een voorbijgaand optreden
Op maandag 25 februari was het eindelijk
zover. Om 20:00 begon in de Roma te Antwerpen dat ene concert waar ik al tien
jaar op wachtte zonder zeker te zijn dat het ooit nog zou plaatsvinden: een
optreden van Madrugada, de eerste band waar ik ogenblikkelijk een ticket voor wilde
kopen. Dit optreden zou dan ook het eerste zijn dat ik ooit betaald bijwoonde.
Destijds, ik denk in 2008, leerde ik de
band net te laat kennen. Dat jaar bracht Madrudaga haar laatste album uit,
omdat het jaar ervoor de hoofdgitarist Robert Buras was overleden. Nu, een
decennium later, gingen resterende bandleden op reünietournee door Europa. Het
was dus nu of nooit. Ik moest en zou erbij zijn, zelfs al moest ik ervoor
spijbelen.
En ik was er dus bij, maar met een
kinderlijke vrolijkheid en spanning waar ik achteraf een beetje verlegen om
word. Toch was het niet raar. Een optreden is een ontmoeting, niet met een
willekeurige passant, maar met mensen die een geheel van klanken bedachten die
me boeien en me ook na tien jaar nog zonder moeite een bepaalde stemming
in sleuren. Dat maakt de ontmoeting niet alledaags en vanzelfsprekend, maar als
het ware persoonlijk. Het raakt. Het optreden was dan ook een heuze
schoonheidservaring, waarvan de charme ruimschoots– en dat is puur psychisch –
de kleine onvolmaaktheden van een life-optreden compenseert, zoals de net niet
loepzuivere akoestiek.
De dag nadien bekroop me echter een ander
gevoel. In de loop van de middag werd mijn enthousiasme niet verdrongen maar
wel aangevuld met melancholie. Op dat moment leek de avond tevoren meer op een
soort afscheid, een bevestiging dat de band ter ziele was. Buras tien jaar dood
en begraven. Geen nieuwe albums. Alleen nog even het stof van de instrumenten
blazen om de noten te spelen die kennelijk mensen op de been brengen, maar die vervolgens
verdwijnen en nooit meer terugkeren. En zelfs al zouden de bandleden een
herstart maken, bedacht ik me, dan nog zou het nooit hetzelfde zijn. De nieuwe
performance zou nooit helemaal authentiek zijn.
Die melancholie heeft me zeker een week
lang achtervolgd. Kalmpjes, sluimerend. Ze maakte de beleving eigenlijk
intenser. Die maandagavond had ik in de Roma twee cd’s van Madrugada gekocht en
– tegen elke gewoonte in – tevens laten signeren. Die speelde ik een paar keer
af, maar de luisterervaring zou vanaf nu toch anders zijn. Een beetje, maar wel
definitief.
Waar kwam die melancholie vandaan? Ik
geniet immers van veel mooie dingen waarvan de maker al lang dood of inactief
is. De wereld is voor mij vol van dat soort zaken. Ik denk dat het door drie
dingen tegelijk komt.
Ten eerste is de fysieke ontmoeting met
datgene wat je bewondert heel anders dan bewondering via boeken, televisie of plaatjes.
Indringender, echter, boeiender en soms ook confronterender. Dat was me wel duidelijk.
Een stem die zuiver, warm en krachtig weerklinkt in een grote ruimte, bedolven
worden onder de gitaarakkoorden, in een menigte zitten die op dat moment
hetzelfde ervaren als ik. Dat alles maakt het anders. Op zo’n moment is het
bewonderde dichterbij dan ooit, maar vervolgens ook voorgoed verdwenen. Je kunt
de schoonheid en de ervaring zelf niet meenemen en bewaren. Na de muziek volgt onvermijdelijk
de stilte.
Ten tweede is er natuurlijk het lange
plezier dat ik beleef aan de muziek. Ik vermoed dat plezier beleven en iets
mooi vinden leidt tot een soort hechting, wat per definitie een soort binding
is. In dit geval is die hechting een decennium oud. Zoiets vergeet je niet
zomaar en raak je niet zomaar kwijt. Misschien voedt dat de melancholie, omdat ik
me hecht aan iets dat voorbij moet gaan. Ten derde, maar dit is speculatief,
ben ik 31 jaar op het moment dat ik het concert van Madrugada bijwoon. Ik ben
31, zonder dat ik naar mijn beleving iets bijzonders en duurzaams heb
gepresteerd zoals een kunstenaar dat doet. Wel, die Robert Buras overleed precies toen hij 31 was.
Maar ja, ook je idolen moet je een keertje
loslaten . Dat concert was een diner van geluid, even vluchtig als een
driegangenmenu. Wat achterblijft, is de herinnering aan dat wat niet meer
terugkomt. Dat heeft wel iets. Precies dat is boeiend. Niet permanent
opgezadeld zitten met de blijvende aanwezigheid van dat wat boeit. Dan heb je
ook niet de voortdurende verwachting, de lat die hoog blijft liggen, het gevaar
dat datgene wat je bewondert een keertje teleurstelt. Geen band die herstart en
zich comateus en steeds herhalend voortsleept, maar die afsluit in schoonheid. De
ervaring van de afwezigheid maakt de ervaring eigenlijk des te fascinerender en
mooier.

Reacties
Een reactie posten