De valkuil van te veel straffen en te weinig belonen
Belonen we wel genoeg? Mensen en dieren leren
door te doen. Doen betekent gedrag, en een belangrijke motivatie voor het
uitvoeren van gedrag is volgens de ethologie beloning. Waar het op neerkomt, is
dat beloning een krachtige prikkel is om iets te doen. Misschien is het goed om
daar bij stil te staan en meer op in te zetten.
Misschien is de moraal van het systeem een die te veel
bezig is met bestraffen, en te weinig met belonen. Met andere woorden, de
werkzaamheid van positieve bekrachtiging wordt onderschat. Simpel gezegd, wie
te laat en te weinig belasting betaalt, krijgt van de fiscus een boete, maar
wie te vroeg en te veel betaalt, krijgt geen beloning. Als een
uitkeringsgerechtigde minstens vijf keer per week moet solliciteren, en deze
persoon doet dat niet, dan heeft dat consequenties, maar als de
uitkeringsgerechtigde vijftien keer solliciteert en zich grondig voorbereid op
mogelijke sollicitaties, waar blijft dan de beloning? Wie een wet overtreedt,
krijgt een date met justitie, maar als iemand dertig jaar lang niets te maken
heeft gehad met justitie, wie zegt dan: ‘Goed gedaan, hier is een attentie’?
De reden is vermoedelijk dat dingen die goed gaan minder
opvallen dan dingen die fout gaan. Dat is een valkuil.
Bestraffen is eenvoudig, soms effectief, maar ontoereikend.
Door een misdadiger celstraf te geven zijn we van hem of haar verlost, en
daarmee is de kous af. Althans, die indruk krijg je soms, maar zo simpel is het
niet. Straf schrikt in feite onvoldoende af, en de kans op herval is reëel. Het
is niet onredelijk te verwachten dat bestraffing mensen juist verbitterd,
gefrustreerd en vereenzaamd maakt. Voor enkele jihadisten was die beleving
juist een motief om zich aan te sluiten bij de IS.
Een systeem van bestraffing, in welke context dan ook, lokt
mogelijk ongewenst gedrag uit. Er wacht immers toch geen beloning, en de kans
op bestraffing is een kans, maar geen garantie. Bovendien mist een systeem van
bestraffing iets redelijks. Er vallen genoeg verkeerde gedragingen te bedenken
op grond waarvan we iemand willen straffen, maar het bepalen van de juiste maat
is een enorme uitdaging. Te mild, en je geselt mensen met de vossenstaart zodat
slachtoffers zich niet serieus genomen voelen. Te hard, en je vergeet dat een
dader een mens is. Wat eigen is aan de mens, is dat die geen monoliet is, maar
een dynamisch wezen dat steeds verandert. Zoals ik nu ben, was ik tien jaar
geleden niet. In hoeverre is het dan redelijk om iemand zonder meer levenslang te
laten boeten voor iets? Geen gemakkelijke kwesties.
De vraag zou niet alleen moeten zijn: hoe komen we zo snel
mogelijk van ongewenste personen af door kordaat op te treden. De vraag zou minstens
ook moeten zijn: hoe kunnen we zorgen dat mensen zich gewaardeerd en gezien voelen?
Daarvoor hoef je niet mee te lijden of iedereen naïef te bekleden met de mantel
der liefde, maar er is zeker wel ruimte voor beredeneerde empathie. Als je kunt
kiezen tussen de zweep en een handreiking, waarom zou je dan kiezen voor de
zweep? Wat zegt dat dan over jezelf?
Reacties
Een reactie posten