Natuurkundig gezien mag tijd dan relatief heten, maar astronomen tellen wel dagen, maanden (wat dezelfde oorsprong heeft als maan ) en jaren. Waarom ook niet? Wat is echter een jaar, als men het heeft over de langzame vorming van de eerste lichamen in de protoplanetaire schijf die het vroege zonnestelsel ooit geweest is? Er is nog geen volgroeide planeet die in 365 en 1/4 dag rondom een volgroeide zon draait. Op zich niet van belang, maar laten we ons eens een ander zonnestelsel voorstellen. Een waarin een levensvatbare planeet dichter bij de zon staat en onder invloed van diens zwaartekracht sneller daaromheen draait. Voor denkende wezens op die rotsklomp zou een jaar een kortere periode betekenen dan voor ons. Wat zouden daar de gevolgen van zijn op hun denken? Die vraag kunnen we ook aan katten en honden stellen, met hun kortere levensverwachting, maar om oeverloze discussies over zelfbewustzijn te vermijden, houden we het hier bij zelfbewuste 'groene mannetje...
In 1941 publiceerde Jorge Luis Borges zijn korte verhaal De bibliotheek van Babel . Net als de meeste van zijn andere verhalen, is het fantastisch, surrealistisch en overgoten met een saus van eruditie en speelsheid. Borges confronteert ons met grenzeloze informatiezeeën, de nachtmerrie van eindeloze combinatiemogelijkheden van stukjes informatie, en met de waanzin die dit teweeg brengt. De verteller laat de lezer kennismaken met het universum, dat in alle richtingen tot in het oneindige is ingedeeld in zeshoekige ruimtes met in het midden immense luchtkokers, zodat de lagere en hogere verdiepingen te zien zijn. ‘De indeling van de galerijen is onveranderlijk. Twintig boekenplanken, vijf lange planken per vlak, bedekken alle vlakken op twee na.’ Die twee vormen de doorgang naar aangrenzende galerijen, met nissen voor enerzijds een toilet, en anderzijds een wenteltrap. ‘Op iedere plank staan tweeëndertig boeken van eenvormig formaat; ieder boek bestaat uit vierhonderdtien blad...
Johannes Stobaeus (vijfde eeuw) citeert in zijn Anthologie een passage (1.10.5) uit Over het wezen van de wereld dat wordt toegeschreven aan Linus. Linus is een obscuur figuur die banden heeft met Orfeus en de cultus daaromheen. De passage is een pregnant stukje tekst waarin invloeden te zien zijn van Heraclitus (bijv. regel 1), het pythagorisme (bijv. regel 3), het neoplatonisme (bijv. regel 2) en stoïcisme (bijv. regel 5-8). 1 So through discord all things are steered through all. From the whole are all things, all things form a whole, all things are one, each part of all, all in one; for from a single whole all these things came, 5 and from them in due time will one return, that's ever one and many ... Often the same will be again, no end will limit them, ever limited ... For so und...
Reacties
Een reactie posten